Het ethische en maatschappelijke nadeel van het ontslag van KUL-onderzoekster Barbara Van Dyck

De discussies rond het ontslag van een medewerkster naar aanleiding van het omwoelen van een deel van een proefveld voor ggo-aardappelen blijft oplaaien. Wij wensen in dit debat de aandacht te richten op één aspect ervan, omdat het raakt aan de kern van onze samenlevingsstructuur, met name de keuze tot ontslag.

Even de ‘feiten’. Onderzoekster Barbara Van Dyck heeft niet meegedaan aan de actie op het terrein zelf. Zij heeft wel gekozen om publiekelijk haar goedkeuring erover uit te spreken, en wilde niet van dit standpunt afwijken; zo luidt het. Op basis daarvan besliste de universitaire gemeenschap te kiezen voor ontslag. Er was immers een vertrouwensbreuk tot stand gekomen met de onderzoekster.

Laten we even de aandacht spitsen op de keuze voor dit ontslag, los van het feit of je voor of tegen ggo’s bent, en ook los van het feit of je geweld goedkeurt of afkeurt. We veronderstellen dat de universiteit deze keuze gemaakt heeft op basis van serieuze en gegronde afwegingen. Toch betreuren we deze keuze.

Universiteiten hebben de taak gekregen door kennis de maatschappij te verrijken. Echter, ze hebben ook een maatschappelijke voorbeeldrol; ze herbergen immers naast wetenschappers, filosofen en ethici. Het is door het samengaan van filosofie, ethiek en kennis dat we kunnen begrijpen dat de wereld, ook de wetenschappelijke wereld, bestaat uit een diversiteit aan meningen die gebaseerd zijn op een pluraliteit aan diepgewortelde intuïties of impliciete morele bronnen, als basis van dagelijks handelen. Het debat, aangezwengeld door de ‘aardappel-affaire’, heeft deze pluraliteit in zijn uitersten laten zien.

Bij haar beslissing is de Leuvense universiteit in één van de standpunten gekropen. Vanuit dat standpunt heeft ze een legitieme beslissing genomen. Een andere keuze zou zijn geweest boven de standpunten – boven het conflict en haar partijen – te gaan staan, uitgaande van het feit dat elke waarheid relatief is. Deze gebeurtenis kan dan beschouwd worden als een uitdaging om met diversiteit op een open manier om te gaan. Elk conflict draagt immers kansen in zich om deze verzoenende houding naar buiten te brengen en als ‘universitas’ een ethisch voorbeeld te stellen voor de maatschappij. Het gaat dan niet alleen om een zogezegde neutrale attitude waarin we elkaars mening respecteren (in de praktijk is gebleken dat dit niet zo goed werkt), maar vooral om een houding van het willen openhouden van de dialoog, ook al biedt deze niet meteen een oplossing. Want bevordert niet alleen deze instelling, als grondbeginsel, de mogelijkheid om standpunten te verzachten? Vervallen we zonder deze initiële houding niet altijd in een dovemansgesprek van elk zijn gelijk, waarbij ‘rechtvaardigheid’ op basis van ‘macht’ wordt afgedwongen?

Dialoog houdt in dat je aandachtig luistert naar dieperliggende drijfveren van elkaar, en daardoor op het niveau komt waar je de ander niet meer in een hokje duwt – in een totaliteit zou de filosoof Levinas zeggen. Het is pas op dat niveau dat ‘verstaan’ plaatsvindt. Deze houding van betrokken dialoog als mogelijkheidsvoorwaarde voor toenadering is de kiem van alle spreken en handelen – en van wetenschap. Tegen het ‘gewoel’ in steeds opnieuw kansen geven aan ontmoeting, hoever de bruggen ook uit elkaar liggen, is nog moeilijker dan een duidelijk standpunt innemen en op basis daarvan handelen. Dit als universiteit stimuleren en naar buiten durven brengen is broodnodig. Immers, is samenleven in diversiteit niet één van de belangrijke uitdagingen voor de hedendaagse samenleving?

Nicole Note, Pieter Meurs en Karen De Looze zijn als onderzoekers verbonden aan het interdisciplinaire Centrum Leo Apostel, Vrije Universiteit Brussel, maar publiceren dit stuk in eigen naam.

via: http://www.mo.be/opinie/het-ethische-en-maatschappelijke-nadeel-van-het-ontslag-van-kul-onderzoekster-barbara-van-dy