Barbara Van Dyck brengt haar ontslag alsnog voor de arbeidsrechtbank

Op 1 juni 2011 werd ik op staande voet ontslagen naar aanleiding van het publiek verdedigen (in een TV-interview) van de directe actie tegen een proefveld met genetisch gemodificeerde aardappelen te Wetteren.

Na protest binnen en buiten de universitaire gemeenschap sprak de KULeuven van de noodzaak tot het tonen van “berouw”, als voorwaarde voor een herindienstneming.  Op 16 augustus herhaalde Rector Waer in een kranteninterview dat ik, in het kader van de vrijheid van onderzoek, “formeel afstand dien te nemen van het gebruik van geweld als actiemiddel tegen wetenschappelijke experimenten”, om weer aan de slag te kunnen bij de KULeuven.

De afgelopen weken hebben er nog verscheidene gesprekken plaatsgevonden, waarbij bijkomende eisen werden gesteld, maar we zijn er onderling niet uitgeraakt.  Wat ik erg jammer vind, maar ik voel me bijgevolg genoodzaakt om de zaak door de arbeidsrechtbank te laten beslechten.  De KULeuven is gedagvaard en de zaak wordt ingeleid voor de rechtbank op 22 september e.k.

Uiteraard begrijp ik dat de universiteit de actie te Wetteren en mijn opinie daarover afkeurt. Evenwel, door formeel en officieel te zeggen dat ik afstand neem van het “geweld” te Wetteren zou ik weer aan de slag kunnen.  Geeft de KULeuven dan niet zelf te kennen dat ik ontslagen ben wegens een meningsuiting?  Het lijkt me op zijn minst een legitieme vraag.

Bovendien zou ik mijn job enkel weer kunnen opnemen via een nieuw contract met proefperiode, en mits aanvaarding van enige speciaal aan mij opgelegde voorwaarden, lees: mits onderwerping aan enige meningen van de KULeuven (?).  Zo zou ik bijvoorbeel moeten aanvaarden dat wetenschappelijk onderzoek dat binnen het wettelijk en ‘democratisch’ kader gebeurt alleen door peers [collegae wetenschappers] gesanctioneerd kan worden … hetgeen de KULeuven als de kern van wetenschappelijk onderzoek en dito vooruitgang kwalificeert.  Nog afgezien van de betwistbare inhoud van deze mening, lijkt het opleggen van bijzondere voorwaarden aan een individuele onderzoeker wat ‘toelaatbare meningen’ betreft mij een bedenkelijke evolutie, die bezwaarlijk te verzoenen valt met vrijheid van onderzoek en vrije meningsuiting.

Hopelijk nemen de vakbonden en de universiteit deze zaak op om te werken aan duidelijke en degelijke statuten voor onderzoekers aan de KULeuven.

Open brief van Barbara Van Dyck verschenen in deMorgen 14/09/2011